De eerste kaars zei:
Ik ben de vrede. Als je om je
heen kijkt, kun je het mij
niet kwalijk nemen dat ik uitdoof.
Haar vlammetie werd kleiner en kleiner,
tot de kaars niet meer brandde.
De tweede kaars zei:
Ik ben het vertrouwen. Maar al te vaak
denken mensen me te kunnen missen.
Het heeft dus geen zin dat ik
noa verder blijf branden.
Toen ze ophield met praten,
blies een zachte wind haar uit.
Toen zei de derde kaars:
Ik ben de liefde.De mensen zien niet meer
naar me om. Ze veraeten om van
hun medemens te houden.
Ze wachtte niet langer en doofde uit.
Een kind zag de drie gedoofde kaarsen
'Waarom branden jullie niet meer?
vroeg het en het begon te huilen.
Toen zei de vierde kaars:
Vrees niet. Ik brand nog.
En ik kan alle kaarsen opnieuw
aansteken. Ik ben de hoop.
© 2025 odaparochie.nl