Nr. 14/15 2026
Kom zoals je bent...
Kent u het verhaal van die schilder? Een nog jonge schilder maakt een schilderij van de terugkeer van de verloren zoon. U kent die parabel wel. Het schilderij is bijna klaar: je ziet het huis, je ziet de vader op de uitkijk staan en je ziet in de verte de oudste zoon op het land.
Er is nog één grauwe plek op het schilderij. Daar moet de belangrijkste persoon komen: de verloren zoon.
Daar zoekt de schilder nog een model voor, iemand die als voorbeeld kan dienen. Dat moet natuurlijk een haveloze, vieze persoon zijn. Op een dag loopt de schilder door de achterbuurten van de grote stad en ziet plotseling een zwerver die hij goed zou kunnen gebruiken: nog half een jongen, die er toch al wat ouder uitziet, met ruig haar, een stoppelige baard, smerig en in lompen gehuld.
Als de zwerver het geld ziet dat de schilder hem wil geven als hij model wil staan, is het vlug geregeld: de volgende middag om klokslag drie uur moet hij bij de schilder zijn. Hij krijgt het visitekaartje en een behoorlijk bedrag als vooruitbetaling.
De volgende dag om drie uur wordt er bij de schilder aangebeld. "Daar zul je hem hebben," denkt de schilder en snel doet hij de deur open. Maar wat een teleurstelling als daar een keurige, vreemde man op de stoep staat.
Net als de schilder hem wil vertellen dat hij nu geen tijd voor hem heeft — omdat hij iemand anders verwacht en zijn schilderij af moet maken — haalt de vreemdeling een visitekaartje uit zijn zak met de naam en het adres van de schilder. En dan plotseling ziet hij het: daar staat de zwerver! Onherkenbaar!
Van het geld van de vooruitbetaling was de zwerver naar de kapper geweest, had nieuwe kleren gekocht en had zich gewassen en geschoren. Zo had hij in zijn onwetendheid alles verknoeid. Hij had zichzelf wat opgeknapt en zich mooier willen voordoen dan hij was. Maar dat betekende wel dat de deur voor hem dichtging, want zo kon de schilder hem niet gebruiken. Hij had moeten komen zoals hij was.
En zo kan God ons ook niet gebruiken als we ons mooier voordoen dan we zijn. Nee, bij Hem mogen — of moeten we zelfs — komen zoals we zijn, dus ook met onze eventuele tekortkomingen. Als we ons tot Hem wenden voor genezing, worden we de mooiste en gelukkigste mensen.
Met vriendelijke groet,
Kapelaan van der Wegen